website

Technieken

Olieverf

Olieverf bestaat al eeuwenlang. Schilders maakten vroeger zelf hun verf door pigmenten te vermengen met olie. Pas als je daar in had bekwaamd mocht je de meester helpen met het uitwerken van een doek. Olie wordt donker als deze in het donker bewaard wordt maar als er vervolgens weer licht bijkomt, komen de oorspronkelijke kleuren weer terug. Olieverf droogt zeer langzaam. De voordelen zijn dat na droging precies hetzelfde als hoe je hem hebt opgebracht. Er vindt geen volumeverlies of kleurverandering plaats en de penseelstreek blijft behouden.Ook kan er uitstekend nat-in-nat werken; kunstenaars noemen dit alla prima. Deze techniek houdt in dat het schilderij bestaat uit één enkele verflaag en moet worden voltooid zolang de verf nog nat is. Olieverf heeft een intense, diepe kleur en een hoge glansgraad. Acrylverf is tegenwoordig een alternatief en droogt sneller. Maar dunt ook in tijdens het drogen en zorgt daarmee voor een geheel ander beeld.

Aquarel

Werken op papier met niet dekkende waterverf noemen we een Aquarel. Het woord komt uit het Frans: 'aquarelle' wat "gewassen tekening" betekent. Het is een wateroplosbare verf op speciaal dik houtvrij en lichtecht papier geschilderd; oudere aquarellen willen nog weleens vergelen. Karakteristiek voor de techniek is dat het kleurende pigment in een niet-gesloten laag wordt aangebracht, zodat het papier erdoorheen schemert. Het wit in een aquarel is dan ook altijd afkomstig van het papier. Sommige schilders maken wel gebruik van (verhogend) witte verf. 

Meestal wordt daarbij een passe partout gebruikt om de vaak ruwe randen van de aquarel te verbergen en te voorkomen dat het niet ontspiegeld papier het glas raakt, wat tot condensschade en zelfs schimmel kan leiden.  Aquarelleren lijkt een makkelijke schildertechniek, maat het vereist veel concentratie en een trefzekere hand, vooral omdat fouten eigenlijk niet hersteld kunnen worden. Meestal werkt een kunstenaar van licht naar donker. Kleuren worden veelal verkregen door zuivere kleuren te mengen met water en niet met witte pigmenten. Dankzij de eenvoudige samenstelling van aquarelverf is deze zonder veel moeite zelf vervaardigen door pigment met gom te mengen. De zuivere pigmenten die los te koop zijn. Wel moet de korrels kleurpigmenten zo fijn zijn om vervloeiïng en droging goed te krijgen. 

Gouache

Een gouache is een met dekkende waterverf gemaakt schilderij waarbij de ondergrond niet meer zichtbaar is, dit in tegenstelling tot een aquarel. Ook de gebruikte verfsoort wordt met "gouache" aangeduid. Deze verfsoort wordt ook wel plakkaatverf genoemd. In sommige landen wordt voor gouache over tempera gesproken. De verf wordt hier wel vermengd met witte kalk of zinkwit zodat de verf dekkend wordt. Om de kleur en het papier te beschermen worden die veelal achter glas geplaatst. 

Een bekende schilder die in de eerste helft van de negentiende eeuw werkte met gouache was Turner. Hij gebruikte het op gekleurd papier. Ook modernere schilders als Paul Klee, Picasso en Chagall gebruikten gouache vooral omdat het snelle directe expressie laat zien en een grote kleurkracht heeft.

 

 

Pastel

Droge schildertechniek met gekleurd krijt op ruw papier. De krijt bestaat uit pigmenten en arabische gom. Ook door weer en wind kunnen pigmenten loslaten. Daarom vaak gefixeerd met een vernis. Kleuren vervagen wel in de loop der tijd en daarom veelal achter glas.  

 

Houtskool

Tekenen kan natuurlijk ook met houtskool. Fijne gesmoorde verbrande takjes. Het teken en schetsmateriaal tot het potlood werd uitgevonden. Het materiaal is zwart en vlekt. Aangezien het feitelijk boven op de beelddrager ligt moet het gefixeerd worden. 


Ets

Metaaloppervlak, vaak koper of zink, waar een voorstelling in wordt gegraveerd door het uit te bijten met een zuur. Eerst wordt er een beschermlaag met bijvoorbeeld roetdeeltjes aangebracht. De tekenaar kan vervolgens zijn afbeeld ingraveren met een stalen punt, een barijn. Daarna wordt de tekening overgoten met zuur waarbij alleen de geultjes reageren op het koper. Zo ontstaat een drukplaat waardoor er meerdere afdrukken van een kunstwerk gemaakt kunnen worden. De plaat wordt ingeïnkt met inkt zodat er een afdruk gemaakt kan worden. Dit tijdrovende en precieze werk maakt het een ware kunst. Ook is het mogelijk de voorstelling in verschillende fases op te bouwen zodat er meer kleurschakeringen kunnen ontstaan. De afdrukken worden gemaakt op vochtig papier.  Hoe lager de oplage hoe meer waarde er aan een kunstwerk zit. Bij een afdruk zie je altijd de randen van de moet. De lijnen zijn door de beperkingen van de hardheid van het materiaal altijd wat streng. 

Litho

Een steen- vlakdruk waarbij gebruik gemaakt wordt van het wetenschappelijke feit dat water en vet elkaar afstoten en dus ook water en verf. Een zeer gladde en poureuse steen of metalen plaat wordt ingetekend en vervolgens ingesmeerd met een gom en salpeterzuur waardoor de verf bij het drukken juist daar niet hecht maar alleen op de betekende plaatsen.  Onder een pers wordt de steen het papier doorgeschoven. Net als bij etsen moet de kunstenaar in spiegelbeeld werken. Het voordeel van een litho is dat de kunstenaar vrij kan tekenen en preciezer kan werken dan bijvoorbeeld met etsen.