website

Biografie alleskunner Rik Wouters

Hendrik Emil (Rik) Wouters (1882 – 1916) was een Belgisch beeldhouwer, kunstschilder, tekenaar en etser. Hij wordt tot de stroming van het fauvisme gerekend alhoewel hij dat en de stroming idioot vond. In Brussel vond hij zijn lief, muze en model: Nel Duerinckx. Het jonge koppel betrok een klein huisje in Watermaal. Zinnelijk geluk en bittere armoede gingen er hand in hand. Het dorp, de huizen en Nel werden Riks belangrijkste modellen.

Aan werk van de tijd, noodgedwongen op karton gemaakt, zocht hij naar een eigen stijl. Wouters wilde het licht vangen zonder te vervallen in pointillistische stipjes. Wouters lichtheid in zijn werk hangt eerder af van de compositie, van harmonie en contrast In zijn kleurvlakken. Hij neigt hij al naar het abstracte. 

Rik raakte eind 1911 definitief in de ban van kleur en licht. Hij schilderde en tekende bijna onafgebroken en maakte in 1912 zeker zestig doeken. Het zotte geweld en Huiselijke zorgen, natuurlijk naar het Nel-model, en de schitterende buste van James Ensor zijn de beroemde sculpturen uit die jaren. Driekwart van Wouters' oeuvre is een ode aan zijn Nel. 

Wouters werd zeker beïnvloed door Cezanne, Ensor en Van Gogh. Over Ensor schreef hij ooit: “Hoe fris oogt die Liefdestuin niet, met al die kleine bonte figuurtjes in rozig wit, roze, rood, blauw, geel en nog veel andere schakeringen, de ene al buitengewoner dan de andere. De hemel is roze! Godverdomme, wat voor een roze! Het is uniek in de geschiedenis van de schilderkunst’.

In 1912 bezocht Wouters een tentoonstelling met 100 werken van Vincent van Gogh waarover hij schreef: 'Hij grijpt je meteen bij de keel. Elk doek van die kerel is als het oog van een roofvogel. Geen enkel laat je los, en alle stralen ze als omgeven door schaduw. Ze hebben een harde uitdrukking en de nerveuze en getormenteerde structuur van verbrande dingen....'

In augustus 1914 brak het oorlogsdrama los en werd hij als soldaat ingezet bij de verdediging rond de stad Luik. Hij werd later geïnterneerd in Kamp Zeist en schilderde en tekende daar het dagelijks leven van de militairen. Hij was echter al ziek. Hij mocht met verlof en vestigde zich in Amsterdam. Ondanks zijn verslechterende gezondheid en veel pijn maakte hij er een serie doeken, geschilderd in lichte toets, zoals Zomernamiddag te Amsterdam. In het najaar van 1915 werd de oorzaak van zijn fatale ziekte duidelijk geworden: kanker in het bovenkaakbeen. In dat jaar exposeerde hij een reeks werken op papier in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum. In 1916 volgde zijn grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum, maar het was hem al te veel; hij moest met een taxi snel terug naar huis en overleed niet veel later.