website

George Hendrik Breitner

Breitner (Rotterdam 1857-1923) was de schilder van het Amsterdamse Stadsleven. Schilder van de dynamiek en de melancholie. Veel Amsterdammers zullen hem bij uitstek de schilder vinden die de sfeer van de stad wist te vangen. Van de Dam, de Kalverstraat en het Rokin tot plaatselijke ateliers, de grachten en bouwwerkplaatsen. Hij was een impressionist die met brede en grote gebaren verf op het doek zette. Ook maakte hij prachtige aquarellen en etsen. Hij maakte naast stadsgezichten, naakten, militaire voorstellingen en vele schilderijen met paarden en hun ruiters.

De jonge Breitner mocht uiteindelijk van zijn vader, graanhandelaar, toch een opleiding aan de Tekenacademie in Den Haag beginnen, en het jaar erna, 1876, op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij in 1880 vanwege zijn radicale (bruuske) gedrag werd weggestuurd. Ondertussen werkte hij ook op diverse ateliers, onder andere in 1881 op het atelier van Willem Maris en werd beïnvloed door de schilders van de Haagse School. Breitner werd lid van de Haagse 'Pulchri Studio' en nam vaak deel aan de modeltekenlessen aldaar. Hij had een mecenas A.P. van Stolk waarvoor hij onder andere een schilderij van 'De Gele rijders' maakte. Willem Mesdag was onder de indruk van Breitners paarden en huurde hem in om paarden en het dorp Scheveningen op het Panorama Mesdag te schilderen. Dat was in 1881, het jaar dat hij regelmatig met Vincent van Gogh erop uittrok. Hij koos zijn modellen bij voorkeur uit de lagere klassen: arbeiders, dienstmeisjes en bewoners van volkswijken. Hij zag zichzelf als peintre du peuple, evenals dat Van Gogh deed. Van Gogh beschreef, niet al te complimenteus de doeken van Breitner als grote vlaktes van verschoten kleuren, die hem deden denken aan vermolmd en beschimmeld behang. Dat was wellicht een duidelijkste signaal om Den Haag te verlaten en te verruilen voor een andere stad.

Breitner - De Gele Rijders - Rijksmuseum
George Hendrik Breitner, De Gele Rijders, 1885-86 Rijksmuseum


Eind 1886, na zijn terugkeer uit Parijs, vertrok rauwdouwer Breitner naar Amsterdam. De stad verkeerde in een overgang; de industrie groeide en het moderne verkeer begon zijn eisen te stellen: grachten werden gedempt en nieuwe woonwijken werden aangelegd. Breitner vond in deze schilderachtigheid zijn inspiratie. In 1886 bezocht hij ook enige tijd de Rijksakademie en werd daar al gauw lid van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Hier ontstonden zijn belangrijkste werken als de grote uitbeelder van het Amsterdamse leven, zowel bij dag als nacht.

Damrak - Collectie Rijks



Gretig zocht Breitner naar nieuwe technieken en onderwerpen, waarbij zijn foto's vaak als schets voorafgingen. Veel van zijn werken zijn ‘daarom’ ook aangesneden. Het plotselinge afsnijden van de beeldranden en door een diagonale beeldopbouw vielen zijn werken op. Met de camera had Breitner een instrument in handen waarmee hij de kale werkelijkheid kon vastleggen. De afgesneden figuren dragen bij aan de overtuigingskracht van de weergave van een vluchtig moment. Breitner gebruikte zijn foto's vooral als documentatie, als visueel geheugensteuntje; zijn foto’s (en daardoor zijn schilderen) hadden daarom vaak een laag camerastandpunt en een hoge horizon. In Nederlandse steden was het namelijk verboden, zonder toestemming van B&W, om op straat te schilderen. De snelheid, versterkt door het snapshot, waarmee Breitner schilderde, maakte dat sommige kunstcritici zijn werk als ‘onaf’ bestempelden. Precies hetzelfde euvel als waarvoor eerder Franse impressionisten als Monet, Pissarro, Renoir en Sisley bekritiseerd werden bij hun eerste gezamenlijke tentoonstelling in 1874.

image.jpeg
Aquarel Breitner - 1898 - De bouwput in de Raadhuisstraat - Collectie van Eeghen

 


Breitner werd later opgenomen in de kring van kunstenaars en schrijvers rondom het literaire tijdschrift De Nieuwe Gids dat zes keer per jaar verscheen. Met zijn naakten, doorleefde portretten en vooral met zijn stadsgezichten werd Breitner een van de leiders van de Amsterdamse Impressionisten. Breitner werkte vaak samen met Isaac Israëls; het waren vrienden en rivalen. In het voorjaar van 1892 staat Isaac Israels (1865-1934) voor de etalage van een kunsthandel in Amsterdam oog in oog met een prachtig stadsgezicht in de sneeuw. Het is een schilderij van George Hendrik Breitner en het maakt een verwoestende indruk op hem. “Ik dacht, ik schei er mee uit, tegen zulk werk kun je toch niet opschilderen” schrijft Israels aan een vriend. Kort daarvoor waren de rollen nog omgedraaid.En dat blijft vanaf die tijd totdat ook zij brouilleren. Pas bij een begrafenis van een vriend 10 jaar later wordt het weer een beetje goed gemaakt. Terwijl Israels al eerder internationale podia betrad wordt Breitner in 1901 geëerd met een overzichtstentoonstelling in de Amsterdamse kunstvereniging Arti et Amicitiae.

Breitner, Sleperspaarden in de sneeuw, 1890-1893, Dordrechts Museum
Sleperspaarden in de sneeuw - 1890-1893 - Dordrechts Museum 

 

Waar de post-impressionist Van Gogh met behulp van sterke contrasten en kleurstellingen zijn perceptie van de wereld weergaf, probeerde Breitner een pure, kale werkelijkheid te tonen. Met snelle penseelstreken gaf Breitner een beeld van het leven op straat weer.Breitner zag vooral het pittoreske van het grauw en grijs, van de wind, sneeuw en regen, en van de schittering van de winkellichten en -ruiten in het water van de plassen en de grachten. Amsterdammers zeggen niet voor niets: 't is echt Breitnerweer'.

Zelf zei hij over ‘zijn’ stad’: 'Het is niet alleen de schoonheid die me raakt, maar ook de dynamiek, de levendigheid. Hier is alles in beweging, er wordt volop gebouwd, het culturele klimaat floreert. Die vitaliteit wil ik vastleggen in mijn schilderijen. Amsterdam past ook beter bij mijn karakter: het is net zo impulsief en explosief als ik.' Zijn latere stadsschilderijen werden steeds traditioneler: bruggen en vrachtboten op hoekjes van grachten. Breitner zocht zijn onderwerpen ook steeds meer binnenshuis, in traditionele genres, zoals zijn naakten en de serie Japanse meisjes in Kimono’s.Geïnspireerd door Japanse prenten schilderde Breitner tussen 1893 en 1896 dertien van zulke schilderijen  Het dromerige meisje is de zestienjarige Geesje Kwak, een naaister en een van Breitners vaste modellen.

Breitner - Rijks

Geesje Kwak in Kimono -1894-  Collectie Rijks


Zijn werk is verwant aan dat van de 'Tachtigers'; een groep kunstenaars met grote invloed op de Nederlandse kunstwereld in die negentiende eeuw. Verfklodders mogen zichtbaar blijven en het voorgestelde mag lelijk zijn, als het maar waarachtig is. Maar ook hun gedachtewereld is vernieuwend. In de ogen van deze generatie schilders is de kunst een roeping en de kunstenaar een genie. Alles draait om de meest individuele uiting van emoties, impressies en waarnemingen.

Hij was ondermeer bevriend met Willem Witsen met wie hij liever schaakte dan een gesprek voeren; George was nogal opvliegerig in discussies. Onder meer het werk van Marie Henrie Mackenzie (1879-1961), Paul Hermans (1898-1972) en Jan Korthals (1916-1972) is beïnvloed door Breitner. Ook gaf hij les aan onder andere Kees Maks, Floris Verster en Erasmus van Dulmen Krumpelman. Maar ook werk dat wij aanbieden van David Schulman en …. zou zonder Breitner anders zijn. Niet voor niets staat hij op onze lijst van de 15 invloedrijkste ‘moderne’ kunstenaars.